Informatie

Nieuwsgierig naar het 'hoe', 'wat' en 'waarom' in een kleuterklas? Misschien kunnen deze artikels uw nieuwsgierigheid bevredigen...
Of het doen en laten in een kleuterklas verduidelijken.

 

Peuters worden kleuters worden groot

Peuters worden kleuters… Kleuters worden … ja, ook groot en sneller dan je denkt. Voor je het weet, maakt jouw spruit de stap naar het eerste leerjaar.

Maar voor je kind zo ver is, mag het nog een hele periode in de kleuterschool beleven. Een periode, waarbij het evolueert van peuter over kleuter naar een ‘schoolrijp’ kind. Het ‘schoolrijp’ worden gebeurt dankzij de inzet van de kleuterleerkracht, maar ook door de steun van de leerkrachten van het eerste leerjaar, de zorgleerkracht, de hele school, en daarnaast ook de ouders en grootouders, broers en zussen, … en onder invloed van de natuur, de omgeving en de maatschappij.

Een persoontje tussen anderen…

In de peuterperiode ontdekt je kind dat hij een ander wezen is dan zijn ouders. Hij leert hoe de wereld in elkaar steekt en gaat grenzen uittesten : hij probeert zelfstandig te worden. Maar een peuter kan nog maar een beperkt aantal zaken alleen. Dit staat hun zo gewilde zelfstandigheid in de weg en kan leiden tot frustraties en stemmingswisselingen. Het ene moment voelen ze zich ontzettend blij en het volgende bang of verdrietig. Ze zijn nog ongeremd en moeten zich nog leren beheersen.

Je peuter lijkt soms stoer, maar kan ook heel verlegen reageren. Op de crèche en in de peuterklas neemt je kind al een bepaalde rol in, afhankelijk van zijn karakter. Sommige kinderen zoeken veel contact en zijn al echte baasjes. Andere kinderen doen deze kinderen graag na.

Een verlegen kind neemt soms een afwachtende houding aan en kijkt liever naar de andere kinderen vanaf een veilige afstand. Weer andere kinderen reageren wat vijandig en pakken speelgoed van andere kinderen af. Ze moeten nog leren op een aardige manier met anderen om te gaan. De aard van je kind komt in ieder geval steeds duidelijker naar voren.

Nu hij veel begrijpt, kun je hem ook duidelijker laten merken waar jouw grenzen liggen. Omdat je peuter steeds meer eigenwaarde krijgt, zal hij zich nog duidelijker laten gelden en doen waar hij zelf zin in heeft.
Het is aan jou om hem duidelijk te maken dat er regels en grenzen zijn en dat niet hij, maar jij de baas bent. Hij zal er vaak boos om worden, maar dat hoort er bij. Nog even geduld en je kind wordt steeds gehoorzamer.

Hij kan al eenvoudige tekeningen maken, wat kleine zinnetjes zeggen en met blokken spelen. Het woordje ‘neen’ staat op nummer één in zijn woordenlijst en hij laat zien dat hij een eigen willetje heeft.
Kinderen in de peuterleeftijd zijn dol op herhaling. Heeft je kind iets leuks ontdekt, dan zal het het steeds opnieuw willen zien/horen/doen tot jij er gek van wordt. Steeds maar weer hetzelfde spelletje, steeds opnieuw hetzelfde geluid maken, … Aan de andere kant vindt hij het ook fijn om nieuwe omgevingen te ontdekken en nieuwe dingen te doen.

Het egoïstische van de peuterleeftijd gaat er langzaam af. Je kind gaat zich socialer gedragen. Hij speelt meer samen ‘met’, in plaats van ‘naast’, vriendjes en vriendinnetjes.
Het kind leert omgaan met andere kinderen en met volwassenen en voelt er zich ook goed bij. Vriendschap is nog vaak een kwestie van eenrichtingsverkeer.
Je kleuter let meer op de buitenwereld en kan daarom nu vergelijkingen gaan maken. Hij wil bijvoorbeeld graag net zo goed iets kunnen als een ander kind. Of liever nog: beter. Ook competitie hoort bij groter worden. Hij vindt het nu misschien leuk om ergens te gaan logeren. Hij ziet dan ook de verschillen die er zijn bij jullie en het logeeradres.

Je kind is al een hele uk en uitgegroeid tot een eigenzinnige kleuter die de wereld ontdekt. De basis is gelegd voor de volgende fase : de ontwikkeling tot schoolkind. in zijn kleutertijd maakt een kind zowel lichamelijk als geestelijk een flinke groei door. Een boeiende periode voor het kind, de ouders en allen die van dichtbij betrokken zijn.
Een kleuter doet alsmaar nieuwe ervaringen op waardoor zijn wereldje steeds groter wordt. Hij komt steeds meer in aanraking met nieuwe mensen. Hij gaat het verschil zien tussen grote mensen (volwassenen), kleine mensen (kinderen) en hele kleine mensen (kinderen jonger dan hijzelf). Hij krijgt de behoefte krijgen om met leeftijdsgenootjes op te trekken, om vriendjes te maken. De kleuter begint steeds meer zijn gevoelens te uiten. Hij kan behoorlijk bezitterig worden en moet leren om te delen.

De wat oudere kleuter gaat zich al inleven in andere mensen. Hij reageert met medeleven wanneer hij ziet dat iemand bijvoorbeeld verdriet heeft. In de kleuterfase vormt het geweten een innerlijke rem. De kleuter heeft een besef van wat goed en slecht is. Waarom dat zo is, begrijpt hij echter nog niet. Hij gelooft gewoon wat papa en mama, en andere volwassenen hem vertellen.

… in een wereld van spelen en leren

Je peuter kan steeds meer en wil ook steeds meer ontdekken. Dat vindt hij prachtig. Spelen is voor kinderen hetzelfde als leren. Een kind heeft van nature interesse in zijn omgeving en zal spelenderwijs van alles leren op het moment dat hij er aan toe is. Dwing hem niet tot het leren van dingen waar hij nog niet aan toe is. Als de tijd er rijp voor is, zal het haast vanzelf gaan.

Stimuleer hem wel in het op ontdekking gaan. Maak een veilige omgeving voor hem waar hij naar hartelust kan experimenteren. Vergeet daarbij niet dat het proces van spelen belangrijker is dan het eindresultaat. Je kind hoeft echt niet altijd de hoogste toren te maken. Hij kan ook best eens bewust een stapel met blokken om willen gooien om te zien wat er dan gebeurt. Je kunt dingen voordoen, maar laat hem ook vooral zelf proberen. Dat levert alleen maar meer kennis en inzicht op.

… van beweging en taal

Je peuter slaagt er in zijn lichaam beter te beheersen. Hij ontwikkelt een beter evenwichtsgevoel. Hij leert om zijn tempo op te voeren of te verlagen, stil te staan, te draaien en soepel over obstakels heen te lopen die hij onderweg tegenkomt.
Daarna volgen nog complexere acties als rennen, op de bank klimmen, met twee voeten in de lucht springen, …
.
Tijdens de kleutertijd raakt de taalontwikkeling in een stroomversnelling. Waarom-vragen behoren tot de orde van de dag. Hun zinnen worden steeds complexer. De woordenschat één dat er op lijkt.

In principe leert een kind pas in het eerste leerjaar lezen. Sommige kleuters proberen echter al hun naam te schrijven of tonen interesse in het alfabet. Als je kind je enthousiast naar letters vraagt, is het geen probleem om hem alvast een beetje te leren lezen en schrijven. Maar dring het hem niet op. Zolang je kind er plezier in heeft, kun je hem laten kennismaken met het alfabet.
Wanneer hij wat letters kent, dan kun je hem spelenderwijs op die letters wijzen. In het voorleesboek, op het melkpak, op de winkelruiten, op zijn kleren, … Maar zorg dat het initiatief om te leren altijd bij je kind ligt. Heeft hij er geen zin in, laat het dan rusten.

Je kleuter leert een groot aantal vaardigheden door simpelweg te spelen. Tijdens het spelen test hij zichzelf uit en gaan er steeds nieuwe werelden voor hem open. Zijn denkvermogen en creativiteit worden gestimuleerd en bij veel spelletjes krijgt hij flink wat lichaamsbeweging. Hij leert met anderen om te gaan en zijn motoriek verbetert. En hij vindt het ook nog eens hartstikke leuk . Spelen is heel belangrijk voor een kleuter. Vaak speelt fantasie er een grote rol bij. Alles is mogelijk in de fantasie van een kleuter. Fantaseren is ook een goede manier om angsten kwijt te raken.

TIPS OM JE KIND TE HELPEN IN ZIJN ONTWIKKELING

Maar hou steeds in je achterhoofd : alles op zijn tijd. Je mag een kind wel stimuleren in de naaste zone van zijn ontwikkeling… net dat ietsje meer dan hetgeen het al alleen kan.

Sociale en emotionele ontwikkeling

Voldoende zelfvertrouwen, opkomen voor zichzelf, vlot contacten kunnen leggen, weerbaar zijn, kunnen omgaan met regels en afspraken, opmerkingen aanvaarden, conflicten leren oplossen, tegen zijn verlies kunnen, zich betrokken voelen, … zijn belangrijke sociale en emotionele vaardigheden.

soc_emo

Zelfredzaamheid

Het is goed dat je kind gestimuleerd wordt om ‘zelfstandig’ een aantal activiteiten uit te voeren. Je peuter groeit op die manier op tot een ‘zelfredzame’ kleuter.
Voldoende kansen geven om zelf zijn dagdagelijkse probleempjes op te lossen is belangrijk.

zelfredzaam

Een goede werkhouding

Zich concentreren, doorzetten tot een taakje af is, werken volgens een plan, …zijn allemaal stukken van een goede werkhouding.
Je kind leert een keuze te maken. Stap voor stap te werk gaan moet aangeleerd worden. Zo leert het zelf probleempjes op te lossen. Het is goed om je kind zelf oplossingen te laten zoeken, vooraleer je hulp aanbiedt of oplossingen in zijn plaats zoekt.

werkhouding

Taalbeheersing

Tijdens zijn derde levensjaar gaat je kind zinnen bouwen van drie tot vijf zinnen. Meestal begint dit met de combinatie van twee zinnetjes van twee woorden : ‘mama koekje’ en ‘mama eten’ wordt ‘mama koekje eten’. Ook kan het kind een woordje gaan toevoegen aan een zinnetje van twee woorden, bijvoorbeeld ‘mama lekker koekje’. Zijn begrip van grammatica wordt steeds beter . Je kind kan steeds langer vertellen, maar de samenhang in deze verhaaltjes is vaak ver te zoeken. Gerichte vragen stellen helpt zodat het verhaal duidelijk blijft.
Als je peuter speelt, zal hij daar gezellig bij keuvelen. Zo oefent hij spelenderwijs allerlei klanken. En hij vindt het heerlijk om naar verhaaltjes te luisteren. Dan hoort hij telkens weer hoe woorden worden uitgesproken.
In zijn laatste peuterjaar evolueert zijn taal verder. Hij spreekt zinnetjes van drie tot vijf woorden en begint niet meer elke zin met ‘Ikke’. Ook begint hij vragen te stellen als: “Mag ik een koekje?”

Tegen de leeftijd van drie, vier jaar komen duidelijke neusklanken bijna niet meer voor. De woordenschat is al heel groot. Je kind vindt het leuk om zelf verhaaltjes of belevenissen te vertellen. Hij leert graag nieuwe woorden, of verzint ze zelf als hij het juiste woord niet kent.
Je kind maakt ook zinnen als: ” Ik kreegde een mooie bal van opa” of “Ik heb goeder gefietst”, want de grammatica heeft hij nog niet goed onder de knie.

Je kind is volop bezig met taal. Het is dan ook leuk om te horen welke taalvondsten je kind doet. Hij verzint bijvoorbeeld grappige namen voor familieleden.
Het is niet nodig om je kind te verbeteren, zolang je zelf maar de goede woorden blijft zeggen. Op een dag neemt hij ze vanzelf van je over.

taalbeheersing

Symboolbewustzijn

Je kind maakt kennis met de wereld van boeken, letters en woorden. Stilaan wordt je kind bewust dat de taal die we spreken in symbolen kan worden omgezet.
Spelenderwijs gaan ze zelf letters en woorden herkennen.

symboolbewustzijn

Ontwikkeling van auditieve vaardigheden

Hier gaat het om het horen. Kinderen moeten leren luisteren en geluiden, klanken en woorden leren herkennen en onderscheiden. Dit is van zeer groot belang voor het latere lezen.
Je kind moet overeenkomsten en verschillen in gesproken taal kunnen horen. Bepaalde spelletjes zijn specifiek gericht op het auditieve aspect.

auditief

Ontwikkeling van visuele vaardigheden

Alles wat een kind met zijn ogen waarneemt, is ook een belangrijke bron van informatie opdoen voor dat kind. Aanvankelijk neemt het vooral globaal waar, maar gaandeweg heeft het meer en meer oog voor details.

visueel

Voorbereiding op rekenen

Kinderen beginnen met tellen zoals ze een versje opzeggen. Ze zeggen gewoon een rijtje getallen op, maar snappen de betekenis van tellen aanvankelijk nog niet.

Na verloop van tijd gaan ze telkens wijzen en tellen (aanwijzend tellen), daarna gelijktijdig wijzen en tellen (synchroon tellen), vervolgens tellen ze om de hoeveelheid te weten (resultatief tellen). En dan is er nog het verkort gaan tellen, waarbij ze in één keer de hoeveelheid zien.

Naast het tellen leren de kinderen ook omgaan met hoeveelheden : schatten, vergelijken en handelen met hoeveelheden.
Belangrijke begrippen, zoals meer, minder, evenveel, erbij of eraf, samen, … leren ze hanteren.
Een kind leert rangschikken, classificeren en ordenen. Door te vergelijken en benoemen ontdekken ze een ‘orde’ in de dingen : van weinig naar veel, minder – meer, dingen die samen horen, …

voorbereidendrekenen

Tijd en ruimte

De begrippen, die met tijd en ruimte te maken hebben, ordenen de werkelijkheid. Als dingen een plaats en een tijd krijgen, geeft dat structuur en houvast. Kinderen hebben daar nood aan.

Belangrijk is dat een kind richtingen aanvoelt en zich kan oriënteren in de ruimte. Eerst en vooral de ruimte, dat zijn lichaam inneemt, maar ook de plaatsen waar het zich kan bevinden, alsook de ruimte van het werkvlak of blad.
Begrippen als boven, onder, voor, achter, links, rechts, tussen, naast, ver, dichtbij, links, rechts, … dienen verweven te worden in het dagdagelijkse handelen.

ruimtebegrip

Kinderen leren geleidelijk aan wat ‘nu’, ‘straks’, ‘later’, … betekenen. Als die begrippen aan activiteiten gekoppeld worden, worden ze duidelijker voor hen. Bijvoorbeeld : ‘Morgen is nog één keer slapen.’, ‘Woensdag is wanneer het een half dagje school is.’, …

Belangrijke begrippen in verband met tijd zijn : nu, straks, later, vandaag, (over)morgen, (eer)gisteren, dag en nacht, deze morgen, vanmiddag, deze namiddag, vanavond, de dagen van de week, de maanden, de seizoenen, …
tijdsbesef

Motorische ontwikkeling

Kinderen bewegen graag uit zichzelf. Ze klimmen en klauteren, lopen en hinkelen, trekken en duwen, gooien en zwaaien, … Ze proberen eigenlijk voortdurend nieuwe bewegingsvormen uit. Ieder kind beweegt op zijn eigen manier.

Je peuter valt nu minder vaak, omdat zijn spieren sterker zijn geworden. Je kind wordt steeds vaardiger in bewegen. Het is belangrijk dat ze kunnen exploreren, experimenteren en oefenen… Welke lichaamsbeheersing heeft het? Heeft het ritmegevoel ? Kan het stil blijven zitten ?

grofmotorisch

Je peuter wil net als jij schrijven en probeert dat ook te doen. Hij maakt dezelfde bewegingen als jij en levert zo hele vellen met krassen bij je af, wat voor hem schrijven is. Heel goed, want zo oefent hij vast de schrijfbeweging.

Een vlotte arm-, hand- en vingerbeheersing is belangrijk bij de ontwikkeling van de fijne motoriek. Er is ook een goede coördinatie tussen beide handen nodig.
Er wordt steeds vertrokken vanuit het werken met grover materiaal en grotere bewegingen. Gaandeweg worden de handelingen van je kind fijner. Als hij een potlood vast heeft, kan hij deze veel beter sturen, omdat hij meer beheersing heeft over zijn vingers. Hij tekent hierdoor niet alleen beter, maar kan ook leren om een rits omhoog en omlaag te doen.
Hij tekent ook anders dan hiervoor. Hij tekent een rondje voor de zon, een vierkant en kruisjes want hij weet nu dat er verschillende vormen bestaan. Zijn koppoter (popje getekend met hoofd en benen) gaat steeds meer op een mens lijken en als hij een huis tekent, zijn er meer details te zien. Sommige kleuters kunnen zelfs hun eigen naam al schrijven.

Al op jonge leeftijd letten we op een goede pengreep, die essentieel is om later te leren schrijven. Voor een goede pengreep moeten de vingers boven het geslepen deel van het potlood gehouden worden : dit is ongeveer twee centimeter vanaf de punt van het potlood. Soms houden kinderen hun potlood onderaan bij de punt vast, maar in deze houding kan het kind niet zien wat het schrijft.

Je kind ontwikkelt een voorkeur voor linker- of rechterhand. De keuze van de schrijfhand moet gebeuren voor je kind naar de lagere school gaat.

fijnemotoriek

COPYRIGHT 2016 © JUF VEERLE
DESIGNED BY MARKITA.BE