Informatie

Nieuwsgierig naar het 'hoe', 'wat' en 'waarom' in een kleuterklas? Misschien kunnen deze artikels uw nieuwsgierigheid bevredigen...
Of het doen en laten in een kleuterklas verduidelijken.

 

‘Goed kleuteronderwijs’

‘Goed kleuteronderwijs’ is situaties creëren waarin de kleuters onder bepaalde voorwaarden ervaringen kunnen opdoen.  Een aanpak die de kleuters de beste kansen tot ontwikkeling biedt, komt tot stand als
> we uitgaan van ervaringsituaties die voor de kleuters iets betekenen
> kleuters actief en betrokken bezig kunnen zijn
> kleuters kunnen spelen en werken binnen een duidelijke structuur
> we de nadruk leggen op het ondersteunen van zelfstandigheid
Alle klasmomenten hebben, zeker bij jonge kinderen, belang voor de ontwikkeling van de totale persoon.  Daarom gebruiken we het ruimere begrip ‘ervaringssituatie’ in plaats van ‘activiteit’;
Er zijn vier evenwaardige ervaringssituaties :
Zelfstandig Spel – Explorerend Beleven – Ontwikkelingsondersteunend Leren – Ontmoeten

ervaringssituaties

Het onderscheid tussen de ervaringssituaties mogen we niet te strikt opvatten.

Zelfstandig spel zijn die klasmomenten waarin de kleuters zelf voor het grootste deel het verloop en de invulling van zijn activiteit mag bepalen zonder veel sturende inbreng van de leid-st-er.  De leid-st-er bedenkt wel een activiteit, zoekt geschikte materialen en maakt afspraken omtrent de goede gang van zaken tijdens een activiteit, maar de kleuters bepalen zelf wat ze doen en hoe ze dat doen, binnen de grenzen van de gemaakte afspraken en regels.  De leid-st-er kan bij de begeleiding het spel wel verrijken.  Bijv. vrij schilderen of boetseren, zelfstandig spelen in de poppenhoek of zelfstandig puzzelen, …

Explorerend beleven zijn die klasmomenten waarin de kleuters uitgenodigd worden in contact te komen met iets uit hun leefwereld om die werkelijkheid met heel hun persoon actief te ontdekken.  Het verloop wordt gelijkmatiger bepaald door kleuters én leid-st-er.  De leid-st-er ondersteunt én stuurt.  De kleuters spelen, maar leren tegelijk ook heel wat bij.  De leerkracht neemt regelmatig initiatief om de kleuters aan te sporen tot nieuwe ontdekkingen of om ordening aan te brengen in de opgedane ervaringen, maar ze laat voldoende ruimte voor de eigen inbreng van de kleuters. Bijv. helpen soep bereiden, experimenteren met nieuwe techniek of een verhaal navertellen, …

Ontwikkelingsondersteunend leren zijn die klasmomenten waarin vooral de leid-st-er het verloop van de activiteit bepaalt in de richting van specifieke kennis en vaardigheden.  Het gaat om activiteiten die door de leid-st-er in grote mate gestuurd worden in de richting van relatief concrete doelen.  De leerkracht doet dat door op voorhand verschillende stappen vast te leggen en door tijdens de activiteit gericht te begeleiden.  Bijv. een structurerend wiskundig moment, rijmspelletjes, een activiteit waarin de kleuters een basistechniek leren, …

Ontmoetingen zijn ongedwongen momenten van samenzijn : waarbij kleuters (en leid-st-er) elkaar leren kennen, waarin ze met elkaar communiceren, waarbij ze aanvoelen dat ze tot een groep  behoren en waaruit ze kracht putten om verder te ontwikkelen.  Bijv.  het onthaalgesprek, een poppenspel bekijken, samen zingen of  een feestelijk moment, …

De kleuterschool is er niet om kinderen op te vangen en vervolgens af te wachten hoe ze zich zullen ontplooien.  Onderwijs houdt altijd een zekere systematiek, planning en doelgerichtheid in, welke ook de leeftijd van de kinderen is.  Ook in het kleuteronderwijs kiezen we voor het opbouwen van optimaal georganiseerde ervaringssituaties met de bedoeling de totale persoon van het kind ontwikkelingskansen te bieden.

Voor het kleuteronderwijs bestaat er geen “ leerplan “ waarin leerstof – per vak en per leerjaar – wordt voorgesteld of verplicht.  We hebben ontwikkelingsdoelen die we trachten te bereiken.

Hoofdbekommernis is de maximale stimulering van de ontwikkeling van het kind:

Je mag zijn wie je bent
en zoals je bent,
met fouten en gebreken
om te kunnen worden
die je in je aanleg bent,
maar zoals je je nog niet kunt vertonen
en je mag het worden op jouw wijze
en in jouw uur.

In het kleuteronderwijs willen we de spontane rijping van het kind begeleiden. Wij willen een degelijk en samenhangend onderwijsaanbod verzorgen dat de ontwikkeling van kleuters ondersteund. Door te werken met belangstellingscentra ( of thema’s ) trachten we de samenhang tussen de activiteiten te garanderen. Het is een onderwerp dat in het centrum van de belangstelling van de kleuters ligt.
Het aantal onderwerpen dat aanleiding kan geven tot waarneming, manipulatie, ontdekking, beleving en expressie is eindeloos.  Dagelijks doen de kinderen en de kleuterleidsters nieuwe inspiratie op : het leven in een vertrouwde omgeving, contact met een nieuwe omgeving, het omgaan met anderen, het manipuleren en onderzoeken van alles en nog wat, indrukken opdoen, …
Waarover zullen we iets leren ?
Iets wat de kleuters zelf aanbrengen : een toevallige ontdekking van kleuters (een broertje bij, iets dat een kleuter meebracht, …)
Een onderwerp uit het jaarverloop (sinterklaas, kerstmis, ..)
Iets uit de omgeving van kleuters (slakken, stenen, stokken, de boerderij, …)
Iets uit de sociaal-emotionele of morele leefwereld van kleuters (bang zijn, de dokter, slapengaan, ..)
Iets uit de fantasie van kleuters (heksen, kabouters, …)
Iets wat kleuters kunnen (ik kan goed tellen, fietsen, …)

Het opmaken van een weekplanning van een thema is voor de kleuterleidster een creatief puzzelwerk.  Waarmee start ik het best om het BC in te leiden ?  Hoe kan de motivatie voor het thema wakker worden gemaakt ?  In welke chronologische volgorde kan ik de deelthema’s best aan bod laten komen ?  Welke uitstapjes of exploratietochtjes wil ik maken en wanneer plan ik die best ?
Elke weekplanning is een uniek stuk.  Ze wordt gemaakt op basis van inzicht in de kleuter, maar ook omdat wij er zelf zin in hebben.  Het plezier waarmee wij met de kinderen op tocht vertrekken, ons enthousiasme, de inleving en expressie waarmee wij een verhaal vertellen, een liedje zingen, een poppenspel spelen, … geeft een uiterst grote invloed op de beleving van de kinderen.

Belangstellingscentra kunnen door de hele kleuterschool samen uitgewerkt worden.  Dit biedt ons de kans om met meerdere klassen samen dingen te ondernemen en geïntegreerd te werken.  Soms worden samen met de lagere school integratie-projecten uitgewerkt : bijvoorbeeld zoals in het verleden de kleuters in de herfst het ‘kabouterpad’ gingen verkennen met de leerlingen van het derde leerjaar.  Het derde kleuter doet regelmatig integratie-projecten met het eerste leerjaar om de overstap naar de lagere school te verkleinen.  Onze kleuters luisteren graag naar verhalen voorgelezen door leerlingen uit de lagere school of genieten van gezelschapspelletjes spelen die geleid worden door ‘grote’ kinderen.

We willen ook wijzen op het belang van gedifferentieerd onderwijs.  Elk kind is uniek.  Kinderen mogen zeer verschillend groot worden.  Grote mensen zijn ook zeer verschillend. Niet iedereen kan alles leren en zeker niet aan een zelfde tempo.  We moeten erover waken dat het kind zichzelf als waardevol blijft zien.  Iedereen draagt zijn aard, intellect, tempo, capaciteiten, interesses, gezinsinvloeden, … met zich mee.  Een klasgroep is een bonte verzameling, die ons, kleuterleid-st-ers, ertoe aanzet verscheidenheid, differentiatie en gradatie aan te bieden.
Dit kan binnen één klas, maar ook tussen verschillende leeftijdsgroepen in een gemengde klas.
Kleuters leren van elkaar.  Dit is nog duidelijker in klassen waar verschillende leeftijdsgroepen samen zitten.  Door het samenleven in eenzelfde klas stimuleren kleuters elkaar door elkaar te helpen, door anderen bezig te zien, na of mee te doen, samen dingen te ondernemen, voor elkaar te zorgen, elkaar zaken uit te leggen of voor te tonen, … ‘Kleinere’ kleuters leren van ‘grotere’, de oudere kleuters leren door om te gaan met jongere klasgenootjes…  een heel boeiende en leerrijke wisselwerking…

De hoofdbekommernis van goed kleuteronderwijs is de ontplooiing van elke kind tot een ‘rijke persoon’.  Om dat doel te realiseren kunnen we de begeleiding en aanpak niet afstemmen op een soort gemiddelde kleuter, maar werken we vanuit een brede zorg voor het unieke van elk kind.
Bij zorgverbreding gaat het om de inspanningen, die we doen om een antwoord te zoeken op specifieke zorgvragen van een aantal kinderen.  Sommige kinderen ontwikkelen zich anders dan we verwachten.  Bij dat ‘anders’ denken we aan kleuters met een ontwikkelingsachterstand, zwakbegaafde of hoogbegaafde kinderen, kleuters met een andere thuistaal, kleuters met sociaal-emotionele problemen, overactieve kleuters, …  Als we dat bij kleuters opmerken, geven we daaraan extra aandacht.  Om te beginnen gaan we de ‘betrokkenheid’ en het ‘welbevinden’ van elke kleuter.  Op die manier springen kleuters, die uit de boot vallen of dreigen te vallen of  die wat aan de kant staan, meer in het oog.  Dat kan de aanzet zijn om in ’t algemeen bij te sturen.  Maar voor een aantal kleuters gaan we verder onderzoeken op welk ontwikkelingsgebied en voor welke activiteit de kleuter zorg nodig heeft.  Er is het kindvolgsysteem, dat ons in staat stelt alle aspecten van de persoonlijkheid van de kleuter op te volgen : positieve ingesteldheid, emotionele ontwikkeling, sociale ontwikkeling, morele ontwikkeling, godsdienstige ontwikkeling, muzische ontwikkeling, motorische ontwikkeling, zintuiglijke ontwikkeling, denkontwikkeling, taalontwikkeling en ontwikkeling van de zelfsturing.
Kleuters, die extra begeleiding nodig hebben, krijgen die in kleine groepjes of individueel van de zorgleerkracht of eigen leid-st-er. Bij het bieden van de extra zorg speelt de inbreng van de zorgleerkracht een belangrijke rol om de kleuter en de klasjuf te ondersteunen.

Kleuteronderwijs is een groeibevorderende begeleiding.  Het lijkt wat op tuinieren : voorzichtig, respectvol zoeken naar de beste groeiplek, de geschikte grondsoort, de juiste dosis compost, … en vooral veel geduld hebben met je planten.
Groeien en bloeien doen ze zelf wel aan het tempo en op het ogenblik dat voor elk van hen het meest geschikt is.  Wat ze vandaag niet kennen of kunnen, lukt morgen of overmorgen wel.

(naar ‘Info-avond voor de ouders’ – Sint-Lodewijkscollege – De Wimpel)
COPYRIGHT 2016 © JUF VEERLE
DESIGNED BY MARKITA.BE